CASUÏSTIEK

Een acute bacteriële artritis veroorzaakt door een zeldzame verwekker bij een immuungecompromitteerde patient

TvI - jaargang 19, nummer 2, mei 2024

dr. J.D.E de Rooij-Rademakers , C.M. Waltmans-den Breejen , dr. C.H.W. Klaassen , L.M. Driessen , dr. P.A. van Pelt , dr. B.C.G.C. Mason-Slingerland

SAMENVATTING

Acute bacteriële artritis is een bekende, maar zeldzame complicatie na een intra-articulaire injectie met corticosteroïden. De bekendste verwekker is Staphylococcus aureus. Sporadisch worden onverwachte verwekkers gevonden. Een immuungecompromitteerde patiënt met reumatoïde artritis werd behandeld met een intra-articulaire triamcinolon-injectie vanwege een chronische artritis in de linkerpols. Twee weken na deze behandeling presenteerde hij zich met een acute artritis in de behandelde pols. Gramkleuringen van synoviale vloeistof en pus toonden gramnegatieve staven. Initiële kweken toonden geen groei, waarop een specifieke Legionella spp.-kweek werd ingezet, welke groei toonde van L. sainthelensi als pathogeen. De empirisch gestarte behandeling (cefuroxim intraveneus) werd gewijzigd naar levofloxacine gedurende 6 weken, met genezing tot gevolg. De infectie is waarschijnlijk uitgelokt door de intra-articulaire injectie. Een (nosocomiale) bron van L. sainthelensi werd niet geïdentificeerd. Risicofactoren voor zeldzame verwekkers als deze zijn een immuungecompromitteerde status en huiddefecten, zoals na een intra-articulaire injectie. Als kweken negatief blijven bij een gramkleuring met gramnegatieve staven is het bijdragend om gerichte kweken, zoals op voedingsbodems specifiek voor Legionella spp., in te zetten in afwachting van moleculaire diagnostiek.

(TIJDSCHR INFECT 2024;19(2):66–70)

Lees verder

Een frisse duik? Uitbraak van gastro-enteritis na een zwemwedstrijd in natuurwater

TvI - jaargang 19, nummer 1, maart 2024

dr. E. van Puffelen , M. Stoopendaal MSc, J.J.G. Olthuis MSc, E.B. Lodder MSc, R. van Aalsburg MSc

SAMENVATTING

Op 12 september 2022 ontving de GGD West-Brabant meerdere meldingen van zieken met overwegend braken en/of diarree na aanwezigheid bij een tweedaagse nationale zwemwedstrijd in niet-aangewezen zwemwater. Daarom besloot de GGD om een retrospectief cohortonderzoek en omgevingsonderzoek te doen om de omvang en ernst van deze uitbraak te onderzoeken en de bron te identificeren. Een online vragenlijst werd verstuurd naar de aanwezigen bij het zwemevenement waarin de aanwezigheid, aard en ernst van gezondheidsklachten en blootstelling aan mogelijke bronnen werden uitgevraagd. Met deze data werden relatieve risico’s en gecorrigeerde ‘odds ratio’s’ (OR’s) berekend met 95%-BI’s. In totaal werden 253 vragenlijsten ingevuld, waarvan 193 door deelnemers en 60 door andere aanwezigen. De respons onder de deelnemers was 63% (193/306). Van alle respondenten rapporteerden 167 (66,0%) één of meerdere gezondheidsklachten, waarvan 153 (60,5%) ten minste één gastro-intestinaal symptoom had. De epidemiologische curve die volgde uit de vragenlijst paste bij een puntbron. Vier van de vijf gerapporteerde fecesonderzoeken waren positief voor norovirus. Zwemmen was een significante risicofactor voor het krijgen van gastro-intestinale klachten (gecorrigeerde OR 5,86 [95%-BI: 2,24–15,34]). Subgroepanalysen van de groep deelnemers toonden aan dat het zwemmen op de tweede zwemdag sterk geassocieerd was met het krijgen van gastro-intestinale klachten ten opzichte van zwemmen op de eerste zwemdag met een gecorrigeerde OR van 26,97 (95%-BI: 8,42–86,39). Uit omgevingsonderzoek bleek dat op de zaterdagochtend van het evenement rond 7:00 uur riooloverstort had plaatsgevonden na regenval. Uit dit uitbraakonderzoek bleek dat riooloverstort na regenval de meest waarschijnlijke oorzaak was van een uitbraak van gastro-enteritis onder deelnemers van een zwemwedstrijd in natuurwater. Deze bevindingen benadrukken de noodzaak om van tevoren in kaart te brengen welke factoren de waterkwaliteit van het zwemwater zouden kunnen beïnvloeden. Tevens moet per evenement vastgesteld worden onder welke omstandigheden de veiligheid van de deelnemers in het geding komt.

(TIJDSCHR INFECT 2024;19(1):22–9)

Lees verder

Mucocutane infectie

TvI - jaargang 18, nummer 4, november 2023

drs. A.J. Kleij , dr. J.J. Verweij , drs. R. Fleischeuer , dr. M. Berrevoets

SAMENVATTING

Mucocutane leishmaniasis (MCL) is een parasitaire infectie die niet vaak voorkomt in Nederland. Leishmania infantum veroorzaakt meestal viscerale leishmaniasis, maar kan ook cutane laesies en in zeldzame gevallen ook solitaire mucocutane laesies veroorzaken. Nederlandse clinici kunnen in aanraking komen met dit ziektebeeld bij vakantiegangers of immigranten. In tegenstelling tot MCL uit de Nieuwe Wereld, lijkt MCL veroorzaakt door L. infantum, een Leishmania-species uit de Oude Wereld, met weinig klachten gepaard te gaan, waardoor een infectie vaak langere tijd niet wordt onderkend. Tijdige herkenning en behandeling is echter cruciaal om verdere uitbreiding en lokale deformatie te voorkomen. Voor de behandeling van MCL veroorzaakt door L. infantum zijn geen duidelijke richtlijnen. Antimoonpreparaten in combinatie met pentoxifylline, en liposomaal amfotericine B kunnen worden overwogen conform de behandeling van MCL in de Nieuwe Wereld, maar kennen significante bijwerkingen.

(TIJDSCHR INFECT 2023;18(4):156–60)

Lees verder

Ingezonden brief

TvI - jaargang 18, nummer 4, november 2023

dr. R.J.W. Arts , A. van Laarhoven

Reactie op het artikel ‘Een immuuncompetente patiënt met gedissemineerde
nocardiose’, geschreven door A.L.J. van Delft en I.N. Vlasveld in Tijdschr Infect
2023;18(3):103-7.

Klik hier voor het artikel

(TIJDSCHR INFECT 2023;18(4):161–2)

 

Lees verder

Een immuuncompetente patiënt met gedissemineerde nocardiose

TvI - jaargang 18, nummer 3, september 2023

drs. A.L.J. van Delft , dr. I.N. Vlasveld

SAMENVATTING

Nocardiose is een ziektebeeld met uiteenlopende presentaties. Het wordt in het algemeen beschouwd als een opportunistische infectie, maar meer dan eenderde van de patiënten is immuuncompetent. Herkenning van de ziekte is moeilijk door het gevarieerde klinisch beeld, de diversiteit aan radiologische afwijkingen en de langzame groei. Nocardiose kan bestaan uit een pulmonale, cutane of gedissemineerde vorm. Dit artikel beschrijft een 27-jarige, gezonde monteur van landbouwwerktuigen met een gedissemineerde nocardiose. De diagnose werd gesteld door een positieve kweek met Nocardia paucivorans op een psoas-abces nadat hij een paar maanden daarvoor een langdurig en gecompliceerd beloop van een pneumonie had gehad. Hij werd succesvol behandeld met een langdurige behandeling met cotrimoxazol.

(TIJDSCHR INFECT 2023;18(3):103–7)

Lees verder

Keelpijn en sepsis tijdens de COVID-19-pandemie

TvI - jaargang 18, nummer 1, maart 2023

drs. O.A. Welleman , drs. M.E. Nuver , dr. D.S.Y. Ong , drs. G. Prins , drs. K.C. Bokhoven , drs. S. Guillen

SAMENVATTING

Tijdens het hoogtepunt van de eerste COVID-19-golf werd een 20-jarige man opgenomen in verband met respiratoire insufficiëntie en een septische shock met multi-orgaanfalen. In eerste instantie werd gedacht aan een ernstige COVID-19-infectie. Het laboratoriumonderzoek toonde verhoogde ontstekingsparameters, acute nierinsufficiëntie, levertest-en -functieafwijkingen en een lactaatacidose. Op een echo van de hals werd een trombus in de vena jugularis interna gezien en uit de bloed- en puskweek kwamen respectievelijk een Streptococcus anginosus en een Fusobacterium necrophorum. Het syndroom van Lemierre werd gediagnosticeerd. Het syndroom van Lemierre is een zeldzaam, maar potentieel levensbedreigend ziektebeeld. Het komt meestal voor bij gezonde jongvolwassenen na een periode van keelpijn of tonsillitis. Deze casus onderschrijft het belang van de essentie van een brede differentiaaldiagnose, ook in een pandemische setting.

(TIJDSCHR INFECT 2023;18(1):22–6)

Lees verder

Osteomyelitis pubis met blaasfistel als complicatie van een lokale behandeling van prostaatkanker

TvI - jaargang 17, nummer 5, oktober 2022

M.C. Swets MSc, dr. F.P.N. Mollema , dr. I. Cordia , dr. LT. Vlasveld

SAMENVATTING

Een 69-jarige man met prostaatcarcinoom werd behandeld met een prostatectomie, gevolgd door tweemaal radiotherapie. Na meerdere transurethrale interventies werd een osteomyelitis van het os pubis met een uro-pubische fistel aangetoond. Langdurige gerichte antibioticabehandeling in combinatie met een debridement van geïnfecteerd bot en cystectomie met reconstructie volgens Bricker leidde tot herstel. Deze casus beschrijft het belang van adequate diagnostiek om de diagnose met zekerheid te stellen, gerichte antibioticabehandeling te kunnen geven en onderscheid te maken met osteitis pubis, osteonecrose en (hematogene) osteomyelitis/artritis.

(TIJDSCHR INFECT 2022;17(5):181–7)

Lees verder