OVERZICHTSARTIKELEN

Intradermale vaccinaties

TvI - jaargang 17, nummer 5, oktober 2022

dr. A.H.E. Roukens , M.L.M. Prins MSc

SAMENVATTING

Vaccinaties zijn een zeer effectief middel om infectieziekten te voorkomen in tijden van een epidemie of pandemie, en worden met name intramusculair of subcutaan toegediend. Een fractionele vaccindosering, toegediend in de papillaire dermis (intradermaal), kan echter even effectief zijn als een standaard dosering, toegediend in de spier. Dit komt door de ruime aanwezigheid van antigeenpresenterende cellen, zoals dendritische cellen, in de dermis. Deze cellen spelen een belangrijke rol bij het activeren van zowel de aangeboren als het verworven immuunsysteem, waardoor een snellere, effectievere immuunrespons optreedt. Naast de standaardmethode van intradermale vaccinatie (Mantoux- of tuberculine-huidtest), worden steeds meer andere intradermale vaccinatietechnieken ontwikkeld, zoals jet-injectoren en micronaaldpleisters, ook wel ‘arrays’ of ‘patches’ genoemd. Het belangrijkste voordeel van intradermale vaccinatie is het dosisbesparende effect, waardoor meer mensen met dezelfde vaccinvoorraad gevaccineerd kunnen worden. Wel moet de mate van dosisbesparing voor elk vaccin apart worden onderzocht. Daarnaast kan intradermale vaccinatie leiden tot minder systemische bijwerkingen en meer lokale bijwerkingen, hoewel deze over het algemeen mild zijn en vanzelf overgaan.

(TIJDSCHR INFECT 2022;17(5):168–74)

Lees verder

Wereldwijde toename acute hepatitis bij kinderen na 2 jaar COVID-19-pandemie: stand van zaken

TvI - 2022, nummer 4, september 2022

dr. E.H. Schölvinck , prof. dr. H.G.M. Niesters , dr. K.J. von Eije , drs. R.H. de Kleine , dr. W.S. Lexmond , dr. X. Zhou

SAMENVATTING

In april 2022 meldde het Verenigd Koninkrijk aan de Wereldgezondheidsorganisatie een toename van het aantal gevallen met onbegrepen hepatitis en enkele gevallen van acuut leverfalen (‘acute liver failure’: ALF) bij relatief jonge, voorheen gezonde kinderen. Nadien hebben andere landen, waaronder Nederland, ook een toename gerapporteerd. Door het ontbreken van een eenduidige oorzaak is het opvallend dat frequent ook een adenovirus in het bloed bij deze kinderen werd aangetoond. Bij een deel van de patiënten is een actieve of doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie aangetoond en werden daarnaast andere virussen gedetecteerd, waaronder ‘adeno-associated virus’ 2 (AAV-2) en herpesvirussen. Een combinatie van de SARS-CoV-2-infectie zelf of de effecten van de lockdowns met veranderde patronen van immuniteit en een hoge virale circulatie van adenovirus op een afwijkend epidemiologisch tijdstip, kunnen van invloed zijn op de huidige toename van hepatitis en pediatrische ALF. Vanwege deze onduidelijke relatie is het van groot belang om bij nieuwe gevallen adequate diagnostiek in te zetten. Op internationaal niveau wordt samengewerkt om snel de rol van het adenovirus, AAV-2, SARS-CoV-2 en de genetische predispositie te verhelderen.

(TIJDSCHR INFECT 2022;17(4):128–34)

Lees verder

Intraveneuze antibioticabehandeling thuis: mogelijkheden voor verbetering vanuit het perspectief van patiënten en behandelaren

TvI - 2022, nummer 4, september 2022

dr. A.K. van der Bij , drs. A.L.J. Verhulst , drs. B.E. Bossenga , dr. J.C. Dutilh , dr. K. Belghazi , drs. W.A.C. Vonhof-Koekoek

SAMENVATTING

Intraveneuze antibioticabehandeling in de thuissituatie (‘outpatient parenteral antimicrobial therapy’: OPAT) wordt steeds vaker ingezet om de behandeling van patiënten met infecties (deels) te verplaatsen van het ziekenhuis naar de eigen woonomgeving. OPAT is patiëntvriendelijk en kosteneffectief, en wordt door patiënten zeer gewaardeerd. Evaluatie onder zowel patiënten als medewerkers in het Diakonessenhuis, een algemeen opleidingsziekenhuis, laat zien dat er ruimte voor verbetering is. Verbeteringen zijn onder andere mogelijk door medewerkers te scholen om patiënten die in aanmerking komen voor OPAT te identificeren en om adequate follow-up te borgen, inclusief kwaliteitsmonitoring met een feedbackloop om de kwaliteit van OPAT te evalueren en te verbeteren. Informatievoorziening over de voor- en nadelen van OPAT, bijwerkingen en complicaties, voor patiënten en hun familie in kader van ‘shared decision making’ dient structureel te worden gegeven. Daarnaast kan zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid van patiënten worden vergroot door actief de zelftoediening van OPAT aan te bieden en patiënten hiervoor te trainen.

(TIJDSCHR INFECT 2022;17(4):135–40)

Lees verder

Hiv overleven in oorlogstijd: de situatie in Oekraïne en consequenties voor Nederland

TvI - jaargang 17, nummer 3, juni 2022

dr. C. Rokx , drs. C.C.E. Jordans , C.S. van den Aardwegh , drs. D.C. van Otterdijk , drs. M. Vasylyev

SAMENVATTING

Met de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 brak de grootste oorlog op het Europese continent uit sinds de Tweede Wereldoorlog. Dit leidt tot een vluchtelingenstroom die sindsdien niet meer is waargenomen en is een dubbele ramp voor de honderdduizenden vluchtelingen met een chronische aandoening: de voor hen noodzakelijke zorg is abrupt onderbroken. Opvang, humanitaire hulp en medische voorzieningen voor deze groep zijn daarom noodzakelijk. Nederland dient hier ook aan bij te dragen. Hiv is endemisch in Oekraïne en heeft een grote impact op de volksgezondheid. De hiv-epidemie is veel slechter onder controle dan in Nederland, met deficiënties in alle pilaren van de 90-90-90-doelen van de UNAIDS. Slechts 53% van de ruim 260.000 mensen met hiv in Oekraïne heeft een onderdrukte ‘viral load’ in plasma. Aids komt ongeveer 16 keer vaker voor dan in Nederland, met tuberculose (vaak multidrugresistent) als de meest voorkomende aids-definiërende aandoening. Omdat intraveneus drugsgebruik bij bijna de helft van de mensen met een nieuwe hiv-infectie wordt gerapporteerd, is verslavingszorg vaak nodig. Stigma is een groot probleem en de populatie lijdt onder virale hepatitiden, soa’s en een lage COVID-19-vaccinatiegraad. Op basis van de huidige situatie in Oekraïne heeft een groep Europese hiv-behandelaren, inclusief collega’s uit Oekraïne en Nederland, een kader ontwikkeld om te helpen met het prioriteren van de noodzakelijke zorg voor hiv in oorlogstijd. Hierin zijn 4 fasen gedefinieerd (‘immediate’, ‘urgent’, ‘consolidation’, ‘post-war’) die rekening houden met schaarste en medische urgentie. De hoekstenen zijn het garanderen van ononderbroken antiretrovirale therapie, preventie, en zorg voor belangrijke subgroepen, inclusief hulp bij oorlogstrauma waaronder ook PTSS en seksueel geweld. Vanuit dit kader geeft dit artikel praktische handvatten voor de hiv-noodzorg die Nederlandse zorgverleners zullen leveren en waarbij kennis van de Oekraïense hiv-epidemie meerwaarde heeft.

(TIJDSCHR INFECT 2022;17(3):84–90)

Lees verder

Nieuwe strategieën in de strijd tegen schistosomiasis

TvI - jaargang 17, nummer 3, juni 2022

dr. G.J. van Dam , dr. L. van Lieshout , dr. M. Roestenberg , dr. M.C.C. Langenberg

SAMENVATTING

Schistosomiasis zorgt wereldwijd voor een hoge ziektelast. De ziektelast van deze tropische aandoening wordt veroorzaakt door het afzetten van de eitjes door volwassen wormparen. Een deel van de eitjes lopen vast in de organen rond de kleine mesenteriale venen of plexus venosus, waar granulomen zullen vormen. De besmetting vindt plaats door contact met zoet water, op plaatsen waar de tropische slakken zich bevinden die infectieuze cercariae uitscheiden. Praziquantel is het enige geregistreerde geneesmiddel voor de behandeling van schistosomiasis. Momenteel worden enkele vaccins voor de bestrijding van schistosomiasis in (pre)klinische studies getest. Een nieuwe mogelijkheid om vaccins en geneesmiddelen te onderzoeken is een gecontroleerd humaan schistosomiasis-infectiemodel, dat in Nederland is ontwikkeld. Ook de diagnostische ‘point-of-care’-sneltest voor de detectie van het ‘circulating cathodic antigen’ (‘point-of-care circulating cathodic antigen’-test) en een nog gevoeligere ‘lateral flow’-test voor de detectie van het ‘circulating anodic antigen’ (‘up-converting phosphor lateral flow circulating anodic antigen’-test) is ontwikkeld in Nederland. Deze diagnostische testen bieden nieuwe mogelijkheden voor het aantonen van de infectie, wat kan leiden tot betere controlestrategieën. Totdat vaccins of betere medicatie beschikbaar zijn, zal het massaal behandelen van populaties met een hoge infectiegraad in endemische gebieden een belangrijke methode blijven om de infectiegraad te reduceren. Voor reizigers blijft het voorkomen van contact met mogelijk besmet zoet water het belangrijkste advies.

(TIJDSCHR INFECT 2022;17(3):91–6)

Lees verder

Trachoom

TvI - volume 17, nummer 2, april 2022

prof. dr. E.E. Zijlstra , drs. K.M.F. Gorgels

SAMENVATTING

Trachoom is wereldwijd de meest voorkomende infectieuze vorm van blindheid. Herhaaldelijke infecties van het oog met de bacterie Chlamydia trachomatis resulteren in verlittekening van het ooglid. Dit leidt tot trichiasis met uiteindelijk visusverlies door vertroebeling van het hoornvlies. Herhaaldelijke infecties komen voor door persoonlijk contact of via vliegen die in contact zijn geweest met afscheiding uit de ogen of neus van een geïnfecteerde persoon. Trachoom is geassocieerd met armoede en gebrekkige hygiëne. Naar schatting lopen wereldwijd 137 miljoen mensen risico op besmetting. Individuele behandeling is met antibiotica en chirurgische correctie. Preventieve behandeling bestaat uit massadistributie van antibiotica bij gemeenschappen met een hoge prevalentie en het aanpakken van hygiënische en omgevingsfactoren die bijdragen aan het ontstaan van trachoom. De WHO heeft in 1998 de WHO Alliance for the Global Elimination of Trachoma by 2020 gelanceerd, met als doel de eliminatie van trachoom als openbaar gezondheidsprobleem. Dit is bijna gelukt. omdat sinds 1992 een reductie van 91% is gerealiseerd van personen die risico lopen op besmetting. Nu is het streven dat de doelstelling behaald is in het jaar 2030.

(TIJDSCHR INFECT 2022;17(2):54–61)

Lees verder

Minder perinataal antibioticagebruik bij gezonde neonaten met behulp van de sepsis-risicocalculator

TvI - volume 17, nummer 2, april 2022

dr. B.A. Semmekrot , dr. M. Hogeveen , drs. M.M. Kemna

SAMENVATTING

Dit artikel vergelijkt de beleidsaanbevelingen van de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) met de uitkomst van de sepsis-risicocalculator (SRC) bij neonaten met een risico op ‘early-onset’ neonatale sepsis (EONS) om antibioticagebruik <24 uur postpartum te reduceren. Het betreft een retrospectief dossieronderzoek bij kinderen geboren tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019 die minder dan 24 uur postpartum antibiotica kregen op basis van een (verdenking op) EONS in het CWZ, Nijmegen. Gegevens over maternale risicofactoren, klinische status van het kind, bloedkweken, liquorpuncties en diagnosen bij (waarschijnlijke) EONS werden verzameld. Het beleid volgens de NVK-richtlijn werd toegepast en retrospectief vergeleken met aanbevelingen van de SRC. Van de 2.996 kinderen werden 173 volgens de NVK-richtlijn bij geboorte empirisch met antibiotica behandeld, bij gebruik van de SRC zouden 97 kinderen worden behandeld. Binnen 24 uur postpartum werden uiteindelijk 230 kinderen (7,7%) behandeld, bij toepassing van de SRC zouden 148 kinderen (4,9%) worden behandeld (absoluut verschil van 2,7%, relatieve reductie 35,7%). Negen kinderen met waarschijnlijke EONS werden door de SRC niet met een hoog risico ingeschat en zouden bij geboorte niet met antibiotica zijn behandeld, in tegenstelling tot wanneer de NVK-richtlijn was gevolgd. In retrospect kan het gebruik van de SRC zorgen voor een antibioticareductie in vergelijking met de NVK-richtlijn. Bij gebruik van de SRC is er een risico op het later starten met een antibioticabehandeling en, evenals bij de NVK, het missen van een diagnose EONS met symptomen die >24 uur postpartum ontstaan.

(TIJDSCHR INFECT 2022;17(2):47–53)

Lees verder
X