Minimale monitoring volstaat bij behandeling hepatitis C

maart 2022 Kliniek in praktijk Jeroen Beekwilder

In de wereldwijde strijd tegen het hepatitis C-virus (HCV) is het van belang om de bestaande effectieve behandelmogelijkheden simpeler in te kunnen zetten. Dit is mogelijk, blijkt uit een grote studie waar de monitoring en het artsbezoek gedurende de behandeling tot een minimum werden beperkt. De resultaten werden onlangs gepubliceerd in Gastroenterology & Hepatology.1

Ondanks de brede beschikbaarheid van direct werkende antivirale middelen, inclusief generieke, is er wereldwijd in de praktijk weinig vooruitgang geboekt bij de behandeling van HCV. Dit is het gevolg van een beperkte toegang tot diagnostische testen, mogelijkheden voor monitoring en de noodzaak tot frequente bezoeken aan de behandelend arts. Derhalve werd de ACTG A5360 fase IV-studie opgezet met 38 deelnemende ziekenhuizen in Brazilië, Zuid-Afrika, Thailand, Oeganda en de Verenigde Staten.1 Deze had als doel om te onderzoeken of met een vereenvoudigde aanpak (MINMON) een vergelijkbare effectiviteit kon worden bewerkstelligd.

MINMON-benadering

Deze simpele benadering bestond uit 4 componenten: (1) geen genotypering voorafgaand aan de behandeling, (2) het meegeven van de gehele behandelkuur (84 tabletten) in een keer, (3) geen geplande artsbezoeken of monitoring, en (4) slechts twee momenten van contact op afstand: in week 4 om de therapietrouw te controleren in week 22 voor het maken van een afspraak om de virologische respons te bepalen. Voor deze open-labelstudie werden niet eerder behandelde volwassen patiënten geïncludeerd met een aangetoonde actieve HCV-infectie. Alle deelnemers werden behandeld met een combinatiepreparaat van oraal sofosbuvir (400 mg) en velpatasvir (100 mg) eenmaal daags voor een periode van 12 weken. Het primaire effectiviteitseindpunt was de duurzame virologische respons (‘sustained virological response’, SVR). Het primaire veiligheidseindpunt waren ernstige bijwerkingen.

Vergelijkbare respons en bijwerkingenprofiel

In totaal werden 400 patiënten geïncludeerd. Van hen startten 399 met de behandeling. Bij het afsluitende bezoek voor de bepaling van de SVR gaf 89% aan dat zij 100% van de medicatie hadden genomen tijdens de studie. Bij 379 van de 399 patiënten die met de behandeling waren gestart, was er sprake van een SVR (95%). Daarmee is de SVR in deze studie vergelijkbaar met de respons in ‘real world’-data met standaardmonitoring. Veertien patiënten (4%) rapporteerden ernstige bijwerkingen gedurende de 28 weken van de studie. Geen van deze ernstige bijwerkingen werd toegeschreven aan de behandeling of leidde tot het staken van de behandeling.

WHO-doel bereikbaar

In 2016 stelde de Wereldgezondheidsorganisatie zich ten doel om de chronische HCV-infectie voor het jaar 2030 te elimineren.2 Zonder vaccin betekent dat, dat meer dan 80% van de circa 58 miljoen mensen die momenteel leven met chronische HCV behandeld moeten worden. De overgrote meerderheid van de gevallen is vooralsnog niet gediagnosticeerd en van degenen met een diagnose werd circa 62% behandeld. De resultaten van de huidige studie zijn bemoedigend omdat het de mogelijkheid biedt om patiëntpopulaties te behandelen in de afwezigheid van een hoogwaardige infrastructuur rondom de gezondheidszorg. Daarmee is het doel van 2030 ook een stap dichterbij gekomen.

Referentie

  1. Solomon SS, Wagner-Cardose S, Smeaton L, et al. A minimal monitoring approach for the treatment of hepatitis C virus infection (ACTG A5360 [MINMON]): a phase 4, open-label, single-arm trial. Gastroenterol Hepatol 2022;7:307-17.
  2. World Health Organization. Hepatitis C.
X