Vaginale schimmelinfectie vergroot kans op hiv-infectie

augustus 2022 Medisch Onderzoek Dominique Vrouwenvelder

Onderzoekers van het Amsterdam UMC en Utrecht UMC ontdekten dat de bacterie Pevotella timonensis, die in toenemende mate voorkomt bij een bacteriële vaginose, de kans op een hiv-infectie sterk vergroot.

Bacteriële vaginose is een verstoring van het natuurlijke evenwicht van bacteriën en schimmels in de vagina. Door deze verstoring krijgt de bacterie Pevotella timonensis de kans om afweercellen te manipuleren waardoor het hiv-virus zich kan nestelen en verder kan verspreiden.

Langerhanscellen

In een gezond lichaam beschermen de vaginale langerhanscellen tegen een besmetting met hiv. Deze afweercellen breken het hiv-virus doorgaans af wanneer het virus via onbeschermd seksueel contact aan de vrouw wordt doorgegeven. Wanneer het microbioom in de vagina verstoord is, krijgt de P. timonensis-bacterie de kans om de afweercellen te veranderen in een soort opslagplaats voor virusdeeltjes. Het hiv-virus wordt daar beschermd in plaats van afgebroken. Zodoende krijgt het virus de kans om zich door het lichaam te verspreiden. P. timonensis maakte het lichaam tevens ongevoelig voor anti-hiv-medicijnen.

Beschermen

De bevindingen van dit Nederlandse onderzoek suggereren dat P. timonensis de weg kan vrijmaken voor verhoogde hiv-1 gevoeligheid tijdens bacteriële vaginose. De onderzoekers pleiten voor gerichte behandeling van P. timonensis tijdens bacteriële vaginose om hiv-1 infectie te beperken.

Meer informatie?

Lees hier het nieuwsbericht van het Amsterdam UMC.

X