Geen consensus over behandeling van bloedarmoede bij inflammatoire darmaandoeningen

april 2021 Kliniek in praktijk Eline Feenstra

Wereldwijd lijden ongeveer 7 miljoen mensen aan inflammatoire darmaandoeningen. Bloedarmoede door ijzertekort treedt regelmatig op bij deze patiënten, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk kan beïnvloeden, zowel tijdens periodes van actieve ziekte als tijdens remissie. Wat de meest geschikte methode is om deze vorm van bloedarmoede tegen te gaan, is tot op heden nog onduidelijk.

De verschillende routes, doses en preparaten van ijzertoediening hebben verschillende voor- en nadelen en een aanzienlijk deel van de mensen ondervindt nadelige effecten bij de huidige therapieën. Momenteel is onder artsen nog geen consensus bereikt over welk behandeltraject het gunstigste is. Dit is de reden dat in de huidige studie is getracht om de doeltreffendheid en het bijwerkingenprofiel van de verschillende behandelstrategieën te evalueren.

Evaluatie gerandomiseerde studies

Voor de evaluatie zijn 11 gerandomiseerde, gecontroleerde studies geïncludeerd, met een totaal van 1.670 deelnemers. Deze studies onderzochten de effectiviteit en veiligheid van ijzertoedieningsmethodes die werden ingezet als behandeling van bloedarmoede door ijzertekort bij inflammatoire darmaandoeningen. Zowel volwassenen als kinderen zijn meegenomen in de analyse, waarbij is gekeken naar de klinische, endoscopische, histologische of chirurgische resultaten van de verschillende therapieën.

In één studie waarin intraveneuze ijzer-carboxymaltose en intraveneuze ijzersucrose werden vergeleken, werd matige zekerheid gevonden dat intraveneuze ijzer-carboxymaltose superieur is aan intraveneuze ijzersucrose, hoewel er responders waren in beide groepen (150/244 versus 118/239; relatief risico [RR]: 1,25; 95%-BI: 1,06-1,46; ‘number needed to treat for additional beneficial outcome’ [NNTB]: 9). In een andere studie waarin oraal ijzer-maltol werd vergeleken met een placebo, werd met lage zekerheid bewijs gevonden voor de superioriteit van het ijzer (36/64 versus 0/64; RR: 73,00; 95%-BI: 4,58- 1164,36). Er waren geen andere directe vergelijkingen die enig verschil vonden in de primaire uitkomsten.

De rapportage van secundaire uitkomsten was inconsistent. De meest voorkomende was het optreden van ernstige bijwerkingen of bijwerkingen waarbij de behandeling moest worden gestaakt. Bij geen enkele vergelijking werd hierin een significant verschil gezien tussen de onderzochte interventiemiddelen, hoewel de zekerheid erg laag was voor alle gemaakte vergelijkingen. De tijd tot remissie, en de histologische en biochemische resultaten werden schaars gerapporteerd in de onderzoeken.

Intraveneus versus oraal

De analyse toonde aan dat intraveneuze toediening tot meer responders leidde in vergelijking met orale toediening (368/554 versus 205/373; RR: 1,17; 95%-BI: 1,05-1,31; NNTB: 11). Het discontinueren van medicatie als gevolg van bijwerkingen kwam vaker voor bij orale ijzerpreparaten versus intraveneuze (15/554 versus 31/373, RR: 0,39; 95%-BI: 0,20- 0,74).

Vanwege de lage aantallen en klinische heterogeniteit binnen de studies, zijn geen duidelijke conclusies te trekken over welke van de behandelingen het meest geschikt is voor patiënten met inflammatoire darmaandoeningen. Het lijkt erop dat intraveneuze ijzertoediening tot een grotere respons leidt in vergelijking met oraal ijzer. Gezien het wijdverbreide gebruik van veel van deze behandelingen in de praktijk en het gebrek aan duidelijke richtlijnen, geven de onderzoekers aan dat er behoefte is aan studies die dit gebrek aan bewijs aan kunnen aanvullen. 

Referentie

Gordon M, Sinopoulou V, Iheozor-Ejiofor Z et al. Interventions for treating iron deficiency anaemia in inflammatory bowel disease. Cochrane Database Syst Rev. 2021 Jan 20;1:CD013529.

X